10.
Daar is je neef.
Hij groet, tapt een glas water,
eet wat van de fruitsalade,
vindt een gastvrij stopcontact
voor z'n smartphone,
gaat op de grond liggen,
breeduit, languit, voluit
en valt in slaap.

Diepe slaap. Door alles heen.
Wat later staat hij op
en heeft het hoogste woord.















Surabaya

9.
Vroege vraag.
In café, koffiehuis, restaurant:
'Wat is het WiFi wachtwoord?'

Het komt op een pinkklein papiertje.







8.
Wanneer is het stil,
vandaag de dag?

Als mensen bij elkaar zitten
met hun smartphones.

Tot een song zich loszingt
of er een you tube uitbarst.







7.
Je zit, klikt, kijkt.
Zap, zap, zap, zap, zap,
zap, zap, zap, zap, zap,
zap, zap, zap, zap, zap.
Wat heb je toch veel zenders
die je niet wilt zien.

Zap.







6.
De tafel kreunt,
onder de vracht aan spijzen.
Maar ze weet:
het duurt niet lang.
Binnen de kortste keren is alles op,
schoon op. Geen restjes.

Perfectly clear, zegt neef Levi.
Die het kan weten. Weet.











Surabaya

5.
Nergens
in de mij bekende wereld
wordt zó vaak, zó veel, zó smakelijk
gelachen als hier.

Mensen herken je aan hun lach.







Zevende breedtegraad

4.
Staartje tropennacht. Airco.
Koffie van inheemse bodem.
Een vroegop vogeltje
fluit wervelende wijsjes.
Zo gaat een tekst van start.
Soms.
Later volgen wikken, wegen,
strepen, slijpen, stoppen.
En een glas witte wijn.
Dan is het pas goed.












Surabaya

3.
In de middenberm van de tolweg
staan honderden betonnen bakken.
Met dorstige struiken.
Vol paarse en rode bloemen.
Eén plant is recalcitrant.
Geel.








Surabaya richting Trawas

2.
We hebben een haan in huis.
Hij moet de noen aankondigen.
Twaalf keer kraaien.
Gul doet hij het zestien keer.
Maar hij loopt wel drie minuten achter.
Daar helpt geen batterijtjelief aan...








Surabaya

1.
De hele middag al
zwaait er iemand met een witte vlag
boven een rijpend rijstveld.
Om vogels te verjagen
die er niet zijn.






Trawas