20.
Niemand
ooit
heeft me zo vaak
"dank je wel" horen zeggen
als iemand
nu.







Na de TIA

19.
Ik loop van de Spaanse meesters aan de Amstel naar het plein van Rembrandt. Ver is dat niet, maar ik ben verre van tevreden. Over mijn loop. Die is niet netjes, niet recht in lijn. Eerder kwakkelig, wankel, alsof ik stomdronken ben. Hetgeen niet kan, bij mij, na 1 champagne en 1 glas witte wijn.... Ik stap in lijn 4 en houd de kaart bij de hand: in de hand. De halte Victorieplein glijdt voorbij (wordt niet aangekondigd). Nou, denk ik nog, dan stap ik volgende halte uit. Rooseveltlaan bij de Waalstraat. Bij Boekhandel Jimmink. Vertrouwd stukje terug naar huis. Doch: voor ik het weet staan we bij de Scheldestraat en dat is een flink eind lopen. Het is net of een onzichtbare hand me naar beneden trekt. Links achterwaarts. Met een flinke klap beland ik op straat. Gelukkig draag ik een dikke jas met dito capuchon. Die zorgt ervoor dat mijn bebloede achterhoofd geen contact maakt met het straatvuil op het plaveisel. Vrijwel direct ben ik omgeven door drie lieve dames. Alsof ze me verwachten of me hebben zien aankomen. Eén van hen heeft zelfs 112 al gebeld. De ambulance arriveert snel en brengt me naar de vertrouwde VU. Alwaar ik niet kan blijven omdat er geen 'bedje' voor me is. Door dus naar het OLVG Oost. Zo word ik bijna buurman van dochter Myrthe en kleinzoon Thomas. Met een TIA en Henny als aio van dienst en oppermedicijnmeester. Gelukkig mag ik zondag naar huis. Als ik me rustig houd. Dat lukt. En niet meer drink dan 2 glazen wijn. Dat lukt ook. En we mogen vliegen!!! En nu? Voor de tweede maal in mijn leven leer ik lopen. Onder regie van Henny.

Amsterdam, centrum, zuid, oost, 27 november 2015




























18.
Ik zit in een prieeltje.
Onder pannen, die beschermen.
Tegen tropische zinderzon.
Ik begroet een spin en geniet.
Van het mooiste groen ter wereld -
dat van de jonge rijst. En van vijf bergtoppen.
Als je tenminste goed telt en als de wolken
je welgezind zijn.
En van zwartwitte vlinders, die je even aanraken
en een koppel mussen.
En van een vuistvol gevleugelde
muzikantjes- hooguit 4 centimeter,
elk met een conservatoriumstem.
En van de blauwe vogel, die ons steevast komt
opzoeken (eerst getwee, nu alleen) en van de kleuren
die de bougainville
in overvloed de wereld in spettert.
En van de cambodjaboom,
met haar welriekende roze bloemen.
Ik leid een mierenweg om en hoor de
ijscoman aan gene zijde van het dal.
De ganzen plagen elkaar
in hun zwembad.























Trawas

Dat kan geen mens toch bijeen bedenken? Zoveel jaar terug, op een kil continent? Bofkont, ik.



Amsterdam

17.
Ze voeren een dansje uit.
Op bed.
Voor ze opstaan.
Max en Julian, kleinzonen
te Californië.

Zouden we dat niet allemaal
moeten doen?









USA, Pacifica

16.
Pal beneden
bij Sjaan, Wim, Atie,
staat een boom.
Een appelboom.
Half eronder mag ik
aardbeitjes kweken.

Links beneden
woont tante Aag.
Met haar magnolia.

Rechts beneden
pronkt ook een boom.
De pruimenboom
van opa Pruim.
















Amsterdam, Jan Lievensstraat, 1943

15.
‘t Is een utilitaire ruimte,
vaak hooguit een metertje of 2 bij 2, schat ik,
met 1 dominant apparaat in functie.
Als je er zit (of stáát!) kun je je
mateloos verbazen over de veelheid
aan manieren
waarop een toilet kan worden
aangekleed of ingericht.









14.
Komt binnen:
een jongetje van nog geen 2,
iPad-mini in de handjes.
Zegt geen woord, gaat zitten
op de bank en vindt vliegensvlug
wat hij mooi vindt.
Rijdende treinen die fluiten.

Komt binnen:
een meisje van een jaar of 7,
iPad in de hand. Gaat zitten
op de bank, naast haar neefje
en hoeft niet eens te zoeken.

Het blijft lang stil tussen de twee.

Dan opeens beginnen ze
innig te zoenen.

Via Skype.





















Amsterdam Noord

13.
Hoe ouder je wordt
hoe meer tijd je nodig hebt.
Voor telkens nieuwe doden.

Of lijkt het maar zo?





12.
Zaterdag

De wekker wekt niet.
De slaap maakt zelf wel uit
wanneer hij opstapt.

Dan volgt het ritueel.
Sloffen aan en de Volkskrant halen.
Van 9 naar P.
Van P naar 9.

Ontbijt, koffie en koffie gaan de
strijd aan. Tegen 200 pagina's.
En de puzzel. iPad en Google
schieten te hulp. Wat weet ik nou
van film en sport?

's Middags eender.
Maar nu met een andere krant.
Het Parool, 128 pagina's, 2 puzzels.
Wat witte wijn
houdt me gezelschap.

De avond is voor vertier.

























Amsterdam

11.
Wat is geld?

Mama geeft papiertjes
aan iemand bij AH.
Of ze stopt ergens een kaartje in.
En haalt het er weer uit.
Of ze laat een kaartje zien
aan een apparaat.
Of ze mailt of belt.
En dan wordt er iets thuisgebracht.

Voor Thomas is het nog simpel.
Geld = muntjes.
Hoe meer hoe liever.

De roze olifant spaart muntjes.
Hoe meer hoe liever.


















Amsterdam, kleinzoon Thomas (5)