In 't kort (1)    In 't kort (2)    In 't kort (3)    Ng krtr (1)    Ng krtr (2) 
   Antenne    Cambodja '06    Indonesië    Mooiste    Affiches  


Dinsdag 19 december 2006. Ons hotel luistert naar de naam Hôtel de la Paix en is van origine Frans. Koloniaal derhalve. Echter. Het is volledig afgebroken en opnieuw opgetrokken. Naar luisterrijk ontwerp, in Art Deco stijl. Minimalistisch. En van alle vernuft voorzien. Het begin verblindt reeds het oog: de Art Lounge. Een oord zoals Amsterdam dat niet heeft. Sterk van ontwerp, welvoorziene bar, prachtig van kleur (deels wisselend coloriet), goede niet te luide muziek, behaaglijke zit- en ligplekken, een indrukwekkende fototentoonstelling over de meest recente oorlog, wifi! en een uiterst hartelijk welkom.



Dinsdag 19 december 2006. Om half drie haalt de gids ons op. Navy, 44. We gaan naar Angkor Wat, het befaamde tempelcomplex, gebouwd tussen 1113 en 1150, onder het bewind van koning Suryarman II, met latere toevoegingen en hoog op de lijst van werelderfgoed. Als eerste staat Angkor Thom op het programma, te betreden via de zuidelijke poort. Goden en demonen (asura's) omzomen de toegang, dwars door beschermend water en blikken je aan. Of niet: als hun hoofd ten offer is gevallen aan de eeuwen. C.q. aan diefstal. Angkor Thom is een stad op zich en meet 9 vierkante kilometer. De Bayon neemt een centrale plaats in. Het is de statelijke tempel van de vorsten Jayavarman VII en VIII, stammend uit het slot van de twaalfde en uit de aanpalende dertiende eeuw. We zijn intussen heel wat gewend, met de Borobudur, de Prambanan en veel kleinere tempels in de archipel. Doch het moet worden gezegd: déze indrukken zijn werkelijk verpletterend. Het meest kenmerkende van de Bayon is de rijke aaneenschakeling van torens, telkens met vier grote gezichten, elk uitziend naar een windstreek en immer verschillend van expressie. Daarnaast is er een menigte aan gangen, trappen, kamers, details.



Woensdag 20 december 2006. Tempels, tempels, tempels. En in hun voetsporen 26 koningen, een fikse hoeveelheid godinnen en goden (als Shiva, Vishnu, Buddha, maar ook Indra, Agri, Yama, Nirriti, Isana en nog vele velen), invloeden uit India en Indië, met name Java en strijd op strijd. We bezoeken Angkor Wat, op een zonovergoten ochtend, bij een temperatuur van omstreeks 24 graden. Via de westelijke gopura, de grootste van de vier. Het is bij uitstek hier dat zich honderden meters reliëf openbaren en dat de woorden van gids Navy zich in beelden vertalen. De slag van Kurukshetra, tussen de Kaurava's en de Pandava's, een hanengevecht, treurende apen, over de dood van Valin, de bovenwereld, de onderwereld, martelingen waarvan Guantanamo c.s. nog kunnen leren. Tevens: Krishna, gezeten op een garuda, een circus (!), de zee van melk, de bevrijding van Sita etc. etc. We wandelen over het domein, bekijken een kleine bibliotheek, ooit gevuld met papyrus, verkennen het niet te versmaden poortgebouw, turen over het water en rijden retour, naar de stad.



Woensdag 20 december 2006. Twee tempels vullen de middag. Banteay Kdei, met de hal van de dansers, een poort met Buddha en weer zo'n toren met gezichten. Grimmig, ditmaal. Een lach die niet bekoort...

Ta Prohm verbijstert. Jayavarman VII is de aanstichter, Indravarman II breidt uit. Deels twaalfde, deels dertiende eeuw. Kruising tussen tempel en klooster, charmant bijkans. Doch. De kracht van de natuur is hier sterker dan die van de mens. En van menige god. En zekerlijk van de bouwstenen. Oude, eeuwenoude, bomen zijn de onbetwiste meesters. Muren huwen met wortels, daken bezwijken, het klooster valt ten offer, er wordt niet langer gedanst. Door mensen.

Ta Prohm is ontzagwekkend. En tegelijk beminnelijk.



Donderdag 21 december 2006. We beperken ons tot één tempel. Doch wel een zeer bijzondere: Banteay Srei, ingewijd op 22 april 967! Roze zandsteen bezorgt het, geïsoleerd liggende, heiligdom het epitheton 'damestempel'. De rit erheen, rond veertig kilometer, duurt een uur en voert ons door agrarisch land. Waarbij opvalt dat de natuur (vooralsnog?) sterker in ere wordt gehouden dan in Indonesië. Maar: Cambodja is beduidend armer. En verder heeft vrijwel niemand televisie. En verkeert die tv nog in zwart/witte tijden.

Banteay Srei is relatief klein. De afstand is geen hinderpaal voor hordes Japanners en Chinezen. De 32 stenen grenspalen leggen ook geen strobreed in de toegangsweg. Voor het overige gaat het er stevig van langs. Krishna doodt Kamsa, Valin en Sugriva leveren strijd, er woedt brand in het Khandava woud, Arjuna en Siva vechten, terwijl een beer toeziet. Dit alles en meer nog ontgaat ons. Meestendeels. Evenwel: we genieten volop van de pure schoonheid. De gebouwen, de poorten, de gewelven, de bomen, het water, de binnenring en ja: de narratieve beelden.



Donderdag 21 december 2006. Na de lunch is er tijd en ruimte voor een tocht te water. Naar en over Tonle Sap, een fors zoetwatermeer. We schepen ons in, op een prehistorisch salonbootje en tuffen door de mangrove. Het begint pittoresk. Huizen, huisjes, scholen, sportzalen, bedrijvigheid, een katholieke kerk !!, het gemeentehuis. Allemaal aan het water. Echter: dan naderen we klein Vietnam. Gedoogde vluchtelingen, onder armzalige omstandigheden. Nog net niet uitgezet. Naar men zegt en verzekert: Cambodjanen bedelen niet. Ze proberen je van alles te verkopen, maar de hand gaat nimmer naar de nap. Hier word je achtervolgd. Door Vietnamese moeders en hun kinderen. Hemelschreiend, hemeltergend. We meren tussentijds af. Bij een krokodillenboerderij, alias viskwekerij. Het wordt ten zeerste op prijs gesteld als, neen: dat, we er een consumptie tot ons nemen. Zo'n mangrovegebied is volgens gids Navy doorgaans niet weel dieper dan anderhalve meter. Bij de terugvaart aanschouwen we hoe een visser op de weg wandelt. En hoe man en pad, beheerst, onder water verdwijnen. Een tikje.