09-11-2006 Openingsspeech van Gary Schwartz
voor De 'joodse' Rembrandt, Joods Historisch Museum

Vorige maand gaf ik een lezing over Rembrandt voor een hoogopgeleid Amerikaans publiek in het chique wintersportparadijs Ketchum, Idaho. Na afloop vroeg iemand uit de zaal: 'Is het waar dat Rembrandt joods was?' 'Nee, mevrouw, dat is niet waar. Hij en zijn ouders waren Nederlandse Protestanten en zijn voorouders Nederlandse Katholieken.' 'Ja, maar toch,' hield de vragenstelster aan, 'kan hij niet net als Madeleine Albright joods geweest zijn zonder het zelf te weten?'

Ik gaf geen krimp, maar haar vraag maakte me toch een beetje zenuwachtig. Niet lang geleden, was ik erg verrast toen ik ineens in de monumentale biografie van Picasso door John Richardson de volgende terloopse mededeling tegenkwam over Picasso's grootvader: 'Next to nothing is known about this bizarre gentleman... beyond the fact that he married a plump young woman from the province of Málaga, Inés López Robles, rumoured to be a Maranna (of Jewish descent)' (p. 22). Dat was dus Picasso's moeders moeder. Als het gerucht over Inés López Robles waar was, dan was zelfs die grote goj Pablo Picasso volgens de joodse wet een jood. En als Picasso joods kon zijn, waarom dan Rembrandt niet?

Ja, er is een reden te bedenken: toen Rembrandts grootvader trouwde, zouden er helemaal geen joden in Leiden geweest zijn. Maar is dat echt zo? Mijn collega Jeremy Bangs liet mij onlangs weten dat hij bewijzen was tegengekomen voor de aanwezigheid in Leiden van joden in het midden van de 16de eeuw.

Thuisgekomen keek ik voor de zekerheid in de meest uitgebreide genealogie van Rembrandt, van de Leidse archivaris Piet de Baar. Bij een positieve uitslag zou ik het Joods Historisch Museum in allerijl moeten bellen om de aanhalingstekens om het woord joods in de titel van de tentoonstelling De 'joodse' Rembrandt weg te halen. Maar geen nood. Rembrandts moeder heette Neeltje Willemsdr. en haar moeder Lijsbeth Cornelisdr. Vinck. Zoals mijn grootvader gezegd zou hebben: Keine yiddishe numen.

Maar, om de beroemde reclamespot 'You Don't Have To Be Jewish To Love Levy's Jewish Rye' nog een graad hoger op te schroeven: You Don't Have To Be Jewish To Be Jewish. Vele joden koesteren het gevoel dat Rembrandt, meer dan andere kunstenaars, een van hen is. Dat gevoel krijgen ze niet van Michelangelo, al schiep hij een onsterfelijke Mozes, laat staan van Picasso.

Het gaat om een veelzijdig fenomeen, zoals de tentoonstelling De 'joodse' Rembrandt laat zien. Niet alleen de afstamming van Rembrandt, maar ook zijn sociale bestaan, zijn intellectuele belangstelling en zijn menselijkheid worden in verband gebracht met joden en het jodendom. De modellen voor zijn tronies, de zitters voor zijn portretten werden om de minste aanleiding joden genoemd.

In dat verband, heb ik een raadsel aan u voor te leggen. In de loop van de 19de en 20ste eeuwen stapelde men de ene rabbijn, joodse geleerde, joodse koopman, jonge jood en oude jood boven de andere in Rembrandts werk. Maar het zijn vrijwel allemaal mannen. Wel is er een klein aantal geschilderde, getekende en geëtste Joodse bruidjes - waarvan één een voorstelling van de heilige Catharina blijkt te zijn. Maar voor de rest zijn alle zogenaamde joden bij Rembrandt mannen -. In de catalogus van Abraham Bredius uit de jaren dertig vindt men onder de portretten en studies van onbekende modellen 36 mannelijke joden - waarvan de meeste geen joden zijn en trouwens ook geen Rembrandts - en geen enkele vrouw. Heeft u een verklaring voor deze koppeling in de Rembrandtliteratuur van twee politiek incorrecte vormen van discriminatie?

Wat de documentaire onderbouwing van Rembrandts nauwe banden met het jodendom betreft, kunnen we kort zijn: die is er niet. Zelfs de vroege schrijvers over Rembrandt die zijn omgang met de verkeerde soort mensen bekritiseerden reppen met geen woord over vriendschap met joden. Dat waren mensen die Rembrandt graag jodenliefde in de schoenen hadden geschoven, als ze er iets over hadden gehoord. Zelfs de grote snob Joachim von Sandrart zegt van Rembrandt slechts dat hij zijn stand niet wist te respecteren en het gezelschap zocht van 'niedrigen Leuten.'

Toch wordt er tot de dag van vandaag vurig geloofd in een speciale band tussen Rembrandt en het joodse volk niet alleen door het publiek maar ook de meeste kunstgeleerden, joods en niet-joods. Ik ben realistisch genoeg om te accepteren dat je als kunsthistoricus niet in staat bent een wijdverbreid misverstand uit de wereld te helpen. Sterker nog: ik wil wedden dat van de bezoekers aan deze tentoonstelling, een tentoonstelling die even sceptisch is als ik over de joodse Rembrandt, over een jaar de meeste zullen denken dat het eerder een bevestiging dan een ontkrachting was van het idee dat Rembrandt een vriend was van de joden. Maar gelukkig is Rembrandt niet het exclusief bezit van de kunsthistorici of de musea. Hij bereikt zijn eigen publiek om ons heen. En als zijn publiek denkt dat al die neshama die zij in Rembrandt ontdekken, al die menselijkheid, ondenkbaar is zonder een scheut yiddishkeit, dan zal dat geloof ook standhouden.

Voor één belangrijke jood was Rembrandt een held, en wel om een opmerkelijk en geheel eigen reden. Dat was niemand anders dan Rabbi Abraham Kook (1865-1935), een van de grondleggers van de moderne ultra-orthodoxie. Het volgende citaat druk ik af in mijn nieuwe boek over Rembrandt, maar ik wil dat u er vandaag ook van geniet. 'Toen ik in Londen woonde', heeft Rabbi Kook gezegd, 'ging ik vaak naar de National Gallery en mijn favoriete schilderijen waren die van Rembrandt. Ik denk werkelijk dat Rembrandt een Tzadik was. Weet je dat toen ik Rembrandts werk voor het eerst zag, het me deed denken aan de legende over de schepping van het licht? Er wordt verteld dat toen God het licht schiep, dit zo sterk was dat je aan de ene kant van de wereld de andere kon zien, maar God was bang dat de verdorvenen dit zouden misbruiken. Wat deed hij? Hij reserveerde dat licht voor de Rechtvaardigen, voor wanneer de Messias zal komen. Maar af en toe zijn er grote mannen die gezegend zijn en dit licht mogen aanschouwen. Ik denk dat Rembrandt één van hen was, en dat het licht in zijn schilderijen het licht is zoals God het oorspronkelijk geschapen heeft.'

Een tzadik. Zelfs zijn Christelijke bewonderaars durven dat niet over de ietwat contactgestoorde Rembrandt te zeggen. Mooiere woorden om de tentoonstelling De joodse Rembrandt mee te openen ken ik niet. Mirjam Alexander, Edward van Voolen, Joel Cahen en de medewerkers van het Joods Historisch Museum: gefeliciteerd met deze mooie prestatie. Bezoekers, kijk, leer en geniet!