PM  Allerhande    Broek  


Broek. Waar gebeurd.
In de vroege jaren van deze eeuw overkomt het me wel eens dat RTL4 me belt. Of ik iets wil zeggen. Over een reclameonderwerp. Waar andere monden zwijgen, op slot zitten. Dat wil ik wel. Als onafhankelijke eenpitter. Ditmaal gaat het over het Europese Songfestival. Eurovisie>> vanuit Turkije. Gewoontegetrouw worden, voorafgaand aan de optredens der deelnemende landen, filmpjes uitgezonden. Ter aankondiging. En om in de sfeer te komen. Dus voor NL iets met molens, voor GB de Big Ben en voor Chirac de Eiffeltoren. Alleen, echter, doch. De Turken varen een eigen koers, wijken af. Ze vertonen, alom, overal, promotionele beelden ten behoeve van zichzelf, van Turkije. Aan beide zijden van de Bosporus. Is dat geen sluikreclame? Ja, dat is sluikreclame. Wil ik dat beamen, na het zes uur journaal? Wis en waarachtig. Al doende arriveert er een cameraploeg op kantoor. Die registreert, legt vast. Tegen het einde van de opnames vraagt de regisseur me naar een zitstoel te lopen en daar net te doen alsof ik iets lees. De reclamecode? Ik mis de uitzending.

De volgende ochtend, reeds vroeg, loop ik de Wolkenkrabber uit. Buiten snelt een man naar me toe, houdt me aan. En zegt, stamelt welhaast: 'Mijnheer, mijnheer, ik herken u. Uw broek, uw broek was op tv!' (Armani, gekocht in Venetië).

Ik heb het voorval, kort en bondig geformuleerd, onverwijld gemaild aan ik@nrc.nl Nooit iets gelezen, nooit iets gehoord. Staat ook niet in De dikke ik>>, een bloemlezing door Arjan Ribbens bij De Harmonie. www.deharmonie.nl

Het dak op. Waar gebeurd.
Zomer. Jaren geleden. Op de grens van middag en avond. Er staan kinderen voor mijn kantoordeur. Van een jaar of zes, zeven. Ze praten luid, ietwat opgewonden en kijken naar binnen. Ze gaan weg maar keren terug. Ik doe de deur open, nieuwsgierig en vraag of ik iets voor ze kan doen. Zeker wel: ze willen het dak op, van de Wolkenkrabber. Ik vertel dat dit niet kan. Ik mag er zelf ook niet op. Het gebouw is oud en dus is het dak niet meer zo sterk. Bovendien zijn er wel eens mensen naar beneden gesprongen... De vraag flitst als een schicht: 'Herman Brood?' Nee, die niet. Dat is het Hilton Hotel. 'Waar ligt het Hilton Hotel?' Die kant op, een half uurtje lopen. Onderwijl staart een jongetje dromerig omhoog en zegt: 'Nou, wie hier van afspringt heeft geen hoogtevrees'. (mei 2004)

Lijn 12. Waar gebeurd.
Schommelend en stommelend nadert tram 12 de kruising Van Baerlestraat - Paulus Potterstraat. Een bandje kondigt aan. En voegt behulpzaam toe: overstappen lijn 2 en 5. De conductrice vindt dit alles wat mager, kennelijk en wijdt uit: P.C. Hooftstraat, Vondelpark, Conservatorium, Van Gogh Museum. Waarna ze vloeiend voortgaat in het Engels: the Rich Museum.

Lijn 12. Waar gebeurd.
Bij het Concertgebouw loopt de tram wat vertraging op. Maar dan snelt hij voort. Twee haltes later stapt een dame aan boord. Sluik kaal haar. Zelden shampoo gezien. Vaal oranje regenjas. Stomerij? Nauwelijks binnen begint ze te razen, schelden, schreeuwen. In onverstaanbare woorden, in niet bestaande taal. Op oorlogsterkte. Daar voelt geen passagier zich prettig bij. Om de hoek, één halte nadien, stapt ze uit. Precies tegenover een politiebureau. Nog immer tierend. De tram heeft zich amper in beweging gezet of de stem, de warme stem, van de conductrice weerklinkt: ' Allemaal heel?' (17 oktober 2008)

Parsa. Waar gebeurd.
Zijn ouders komen uit Perzië, hij wordt geboren in Tilburg. Parsa, vier jaar en vier maanden. Op de opening van een tentoonstelling (van affiches door zijn vader) speelt hij met buttons. Die rollen steeds verder over houten vloeren. Ik maak hem een compliment. Hij kijkt naar me, ziet mijn glas wijn en zegt: 'Ben jij een drinker?'
(Hoorn, 1 maart 2009)

Monument. Waar gebeurd.
Het is druk in tram 4, tussen Rai en CS. Congresgangers, kooplustigen, jeugd - allemaal op weg naar het centrum. Dan komt een dame binnen, in gezelschap. Naar eigen zeggen is ze 73. Ze bekijkt de drukte en wijt die onverwijld aan Open Monumentendag. Luiderstemme en in sappig Amsterdams voegt ze toe: 'Nou, ik hoef geen monument meer te zien. Ik ben zelf een monument.'