Ooit  Mensen    Pierre  







   Pierre Janssen (1926-2007)
   leert me kijken, zien en luisteren.


Vrijwel zonder woorden

Op donderdag 20 en vrijdag 21 maart 1969 houdt het GvR, het Genootschap voor Reclame, zijn 29ste congres. Het eerste in het gloednieuwe Nederlands Congresgebouw, te Den Haag. Ik ben dan 30, adjunct-directeur van Prad, lid van het GvR bestuur en van de congrescommissie. Door mijn toedoen staat ook het onderwerp Reclame en cultuur op het programma. Meer specifiek: de marketing van kunst. Dat is een vloek in de kerk, ten tijde. Marketing=reclame, reclame=STER=wasmiddelen, reclame=vies. Museummensen, conservatoren in het bijzonder, zijn daar erg stellig over. Het programmaboekje waarschuwt: "Schrikken en protesteren toegestaan". Het congres gaat, om een veelheid aan redenen, de geschiedenis in als het rampcongres. Ik hoop daar later nog eens op terug te komen.

Hoe het ook zij: niet lang na Den Haag geraak ik in warm contact met Arnhem. Met Pierre Janssen, directeur van het Gemeentemuseum. Mijn eerste opdrachtgever in de sector en een levenslange vriend. Zo'n twee keer per jaar praten we over zijn beleid. Ruime budgetten zijn er niet, maar af en toe kan ik toch een advertentie maken. Voor de regionale media, doorgaans. Dat is hoogst ongewoon ten tijde. Zoiets doe je niet. Wel dus. Pierre, onnavolgbaar televisiepresentator, AVRO, Kunstgrepen, samen met Leen Timp, is benevens: mijn visuele mentor, mijn "kijkleraar". Van de advertenties rest me niets meer, maar ik heb nog wel een publieksfolder. Uitsluitend beeld. Een beeldverhaal. De enige woorden die er in figureren zijn primair beelden. Pierre, lange man met woordenschat, zíet het, onverwijld. Staat toe, juicht toe. De foto's zijn van Peter Ruting.

Het verhaal begint aan de rand van Arnhem. De gemeentegrens, de brug over de Rijn. Reeds snel: de Utrechtseweg, waaraan het museum. Gratis toegang! Rolstoelen worden opgevangen. Kunst verwelkomt. En zo komt veel, heel veel voorbij. Het museum herbergt dan modern én historisch. Pierre is rond dertien jaar directeur. Het is niet alle dagen feest.

Waar gebeurd.

In illuster gezelschap bezoek ik een jonge Documenta. Pieter Brattinga, ontwerper, Pierre Janssen, museumdirecteur, Theo van Velzen, ministerieel directeur Kunsten. We logeren in een non-descript hotel, erger nog dan een Holiday Inn. Ik vergeet het subiet, willens en wetens. Behalve de ontbijtzaal. Vanwege het voorval. Pieter, Pierre en ik zijn reeds gezeten als Theo arriveert. Hij mompelt excuses en werpt zich neder. Op zo'n lelijke, sterke, stevige stoel. Denkt hij. Twee tellen later reeds ligt hij ruggelings achterover, op Duitse bodem, met stoel en al. Geen robuust hardhout, eerder dunlaags hardbord. Wat verderop, half achter een krant, lacht luide een man. Met hoed. Inderdaad: Joseph Beuys.


Beuys door Warhol

Per 2007 ben ik de enige overlevende.

Het is 31 juli 2008.

Morales beweent Philip II in 13 afleveringen. Ik kijk uit op telkens ontboster hellingen en op het mythische groen van groeiende rijst. Ik lees een boekje van Pierre Janssen, die ik mijn vriend mag noemen. Vincent van Gogh is niet meer heet het en ik ken het niet. Nooit van gehoord zelfs. Het stamt uit maart 1986. Van Rie de Boois, zijn weduwe, krijg ik de vierde druk, maart 1990. Die bewaar ik een paar weken voor Indonesië. Nergens kom ik zo ontspannen en geconcentreerd tot lezen als daar.

Het boekje bundelt 26 korte verhalen. Pierre noemt ze herinneringen. Maar ze hebben weinig van doen met: En toen. Gelukkig. Ze gaan over kunst, vanzelfsprekend, doch evenzeer over goden. En over mensen, met al hun eigenaardigheden, zwakheden. Die van Pierre incluis. De origine van sommige stukjes valt terug te voeren op eerder verschenen artikelen. In Het Parool en Elsevier, bijvoorbeeld. Of op zaterdagmiddagcolumns, voor de radio. Bij de VARA.

Verhalen zijn het, gestolde vertellingen. Het draait hier om lezen. Niet om kijken en luisteren. Toch hoor ik Pierre's stem, ontwaar ik zijn gebaren. En ook nu weer slaagt hij er in me te vangen, te winnen. En zijn boodschap, zijn visie, zijn details haarfijn over te dragen.

De verleiding is groot te citeren. Wendingen, zinnen, slotakkoorden. Ontdekkingen, vondsten, reacties, bekentenissen, humor, zelfspot. Ik houd me in. Vooral de fysiologieën over Egypte
grenzen aan literatuur. Zíjn literatuur. Die versnijd, verkruim je niet. Die lees je, herlees je.
Van voor tot achter.

Uitgeverij Sesam/Bosch & Keuning (bestaat die nog?) ISBN 90 246 4729 0

Hartstocht: robots

Pierre Janssen is een fervent verzamelaar. Niet alleen van kunst en boeken maar ook van robots. De Stichting Nederlands Museum Kinderwereld stelt honderd ervan ten toon. In gezelschap van een film. Met Pierre. Tot en met 3 januari 2010. Brink 31, Roden. www.kinderwereld.net doet wat middeleeuws aan.

NRC/H>>