Ooit  Varia    Flitsen  

Flitsen zijn ware verhalen, die me opeens te binnen schieten. En die ik graag wil doorvertellen.


Gastheer/directeur Simon Levie


Haesje Claesje, eigenlijk Haesje van Cleyburg.
Geef mij toch maar liever Oopjen, alle hype ten spijt

38.
Staking in het Rijks

1985. Het Rijksmuseum jubileert. Honderd jaar, maar liefst, in het gebouw van architect Pierre Cuypers. Dat můťt worden gevierd. Sinds heugenis bestaat er een feestcomitť, onder voorzitterschap van een Amsterdamse havenbaron. Die wordt evenwel te oud bevonden om nog leiding te geven aan best wel een ingewikkelde operatie. Na enig gehakketak is hij bereid zijn functie over te doen aan mr. G.A. Wagner, president-directeur van Shell, ook niet meer de jongste. Oogmerk is: in nauwe samenwerking met de NOS een aanzienlijk geldbedrag bijeen te brengen voor de aankoop van een damesportret door Rembrandt. Nee, niet Oopjen, maar Haesje Claesje. Hoe het precies komt en waarom weet ik niet meer, maar ik word benaderd om te fungeren als begeleider van de communicatie. En soort dirigentje in de tijd van geÔntegreerde communicatie, waarin we, heel even, leven. In de praktijk betekent dat veel vergaderen, onder meer met het Rijksmuseum (diverse disciplines) en de NOS, die een hele avond aan het project gaat wijden. Fondsenwerving. Live. Echter, evenwel. Diezelfde avond vindt heftig eindoverleg plaats tussen NOS en de vakbonden. Over wel of niet staken. Breken of buigen. Met onmiddellijke ingang. We barsten natuurlijk van nieuwsgierigheid en houden onderwijl ons hart vast. Voor je het weet loopt alles in de soep. Mededeelzaamheid is er niet bij, maar Annemarie Vels Heijn, hoofd Presentatie, weet daar iets op. Als we nou hier gaan staan, met ons oor tegen muur en deur, kunnen we wel wat opvangen van wat er binnen, in het vergaderzaaltje, wordt gezegd. Niet letterlijk maar voldoende om te begrijpen welke kant het uitgaat. En zo staan zij en ik, samen met directeur Simon Levie in positie. We moeten wel oppassen dat we niet worden betrapt, dus zodra we ook maar iets horen dat op het schuiven van stoelen zou kunnen duiden, rennen we naar het restaurant en doen alsof we al uren rustig aan een biertje zitten... De witte rook blijft uit. Er worden geen opnames gemaakt die een fors kijkerspubliek in vervoering zouden kunnen brengen en de hand aan de portemonnee zouden kunnen doen slaan. Maar ja, er is een band aanwezig in de erezaal en dus bouwen we ons eigen feestje. (Ik dans met een boomlange NOS-regisseuse onder de Nachtwacht). Diep in de nacht geleidt gastheer Simon ons naar buiten, via de personeelspaden, scherp oplettend dat er geen alarmbellen gaan rinkelen... Haesje Claesje komt er ook zonder beroep op het grote publiek. Via andere, minder kwetsbare bronnen.

37.
Hoe krijg je een klant?

Ik zou er een boek over kunnen schrijven. Nou, rustig maar, Mertz. Een hoofdstuk dus. Over positie, reputatie, presentatie, oriŽntatie. Over bekendheid, ranglijsten, prijzen en onderscheidingen. Over acquisitie, wedstrijd, pitch. Het kan trouwens ook heerlijk simpel. Zů, bijvoorbeeld.

Het Haagse Mauritshuis organiseert in 1990 de tentoonstelling Hollandse Meesters uit Amerika, in nauwe samenwerking met een veelheid aan bruikleengevers (musea en particulieren) in de VS. Koninklijke Petroleum Maatschappij (jarige moeder van Shell) sponsort. Als pr-adviseur wordt aangetrokken het internationale bureau Burson-Marsteller (vestiging in Den Haag) - voor de voorziene reclame laat men het oog vallen op Young & Rubicam, eveneens Amerikaans van oorsprong en beslist geen vreemde van Marsteller. In juni 1990 krijg ik bezoek van een tweetal dames, 1 van het pr-bureau en Lieke Vervoorn, hoofd communicatie van het Mauritshuis. Ze zijn bij Y&R geweest, 'met het account', maar directeur Tiemen Bosma heeft hen naar mij doorverwezen. Onder het motto: 'Dat kunnen wij niet, ga maar naar Paul.' O.i.d. Reclame maken voor kunst en cultuur is inderdaad (en zeker bij een bescheiden budget) een vak apart, zeg maar gerust een specialisme. Hoe dan ook: ik ben hem nog altijd diep dankbaar! Het enige dat ik moet doen is het schrijven van een brief, waaruit blijkt dat ik 'voldoende culturele bagage heb'. Dat lukt wel, met een kleine zeventig georganiseerde tentoonstellingen achter de rug (Enkhuizen en Amsterdam), alsmede met opdrachtgevers als Gasunie,-volop sponsor van het Groninger Museum- en het Residentie-Orkest. Ik mag aan de slag en reik m'n voorstellen aan in de projectvergadering. Directeur Hans Hoetink (directe voorganger van Frits Duparc) arriveert veel te laat en verontschuldigt zich omstandig. Ik antwoord met 'dan praten we toch wat sneller?' Het ijs is kennelijk gebroken en de bijeenkomst voltrekt zich rap en voorspoedig. Lieke en ik werken de ideeŽn verder uit en sluiten uiteindelijk durende vriendschap. Mijn verbintenis met het Mauritshuis telt maar liefst 16 jaar. Het museum wordt een van mijn dierbaarste klanten. Dan vinden de opvolgsters van Lieke het kennelijk genoeg. Er komt geen nieuwe adviseur en evenmin een nieuw reclamebureau. Het doe-het-zelf tijdperk is aangebroken...

Derde dozijn:>>
36. Z.O.G. bij Peter Hollander
35. Helikopter view
34. Nico Vijsma
33. Het rampcongres
32. Willem O.
31. Dimitri
30. Gregor
29. VenetiŽ
28. Het rijbewijs van Rijk de Gooijer
27. Aronson en De Groene
26. Albert Heijn als klant
25. Mertz op de fiets

Tweede dozijn:>>
24. Jaren zestig muziek
23. Hendrik Eduard Janssen
22. Marshall MacLuhan
21. Koning Willem I
20. Die vreselijke Mertz
19. Afkloppen
18. Osaka
17. Cees Groenendijk
16. Pied-de-poule
15. Kapper Kimman
14. Wit kabeltje
13. Emmy Hertzdahl

Eerste dozijn:>>
12. Gust Romijn
11. Bureaucompetities
10. Ramses Shaffy
09. Philips (en Aronson)
08. DS 21 Décapotable
07. Pierre Janssen
06. Prinses Máxima
05. De Bijenkorf (en Aronson)
04. Mevrouw Juliana
03. Donald Duck
02. Jijen
01. Carli van Emde Boas