Ooit  Mensen    2012†  


' Er is geen leven dat nooit,
al was het maar een ogenblik,
onsterfelijk is geweest. '

Wislawa Symborska, Pools dichteres, 2 juli 1923 - 1 februari 2012

Overlijdensadvertenties ontgaan me zelden. En dus zie ik die van hem subiet. En schrik me wild. Zó jong. Ed Annink, 24 oktober 1956 – 25 september 2012. Ed is ontwerper, internationaal georiënteerd en verre van dogmatisch. Verbonden met Droog Design (eerste presentatie op de Salone te Milaan en nog steeds de hazenmat in de collectie). In 1986 richt hij een eigen bureau op, Ontwerpwerk. Ronald Borremans en Guus Boudestein zijn daarin z'n partners. Voorts is hij stimulerend docent, o.a. aan 'zijn' Academie in Den Haag en mede-oprichter van Design Den Haag. Wat me bovenal aanspreekt? Z'n persoonlijkheid. Innemend, geestig, betrokken, nabij, direct, nieuwsgierig. O, wat jammer!

Jan Bons, grootmeester. Natuurlijk weten we dat hij 94 is en al een tijd ziek. Maar je wilt gewoon niet lezen dat hij dood is. En toch is het zo, per 22 november 2012. Jan Bons, ontwerper. Affiches en logo's met name. Ik koester ze. Zie hun élan, kleur, beeldend vermogen, trefzekerheid. Hun durf, opvallendheid en onderscheid. Hun kracht, hun pracht – in alle eenvoud. Van Idfa en vpro (toen) tot toneelgroep De Appel (zaliger) en Vim – schuimt en kan niet krassen.

In 2003 krijgt hij de Piet Zwart-prijs. Ik zit in de jury. De uitreiking is een regelrechte aanfluiting. In combinatie met, ergens achter een IJ pakhuis, in de kou, temidden van mensen die al behoorlijk bezig zijn met gratis wodka. Dat laat ik niet op me zitten. We doen het nog een keer over, in klein gezelschap. In de Wolkenkrabber, bij mij op kantoor. Met een heerlijke maaltijd, een mooi glas wijn en warme woorden. Door Anthon Beeke en mij. De dienstdoende BNO voorzitter heeft een spreekverbod...

Vijf jaar later eert de Rotterdamse Kunsthal hem met een grote tento. Zie, op deze site nu/favorieten>>

Luca Dosi Delfini, 2 juni 1939 – 14 september 2012. Acht jaar conservator bij het Stedelijk Museum Amsterdam. Onder meer verantwoordelijk voor de bestandscatalogus van de meubelcollectie. Bijzonder boek, bijzondere man. Kenner bij uitstek, maar niet verstrikt in kunsthistorische terminologie. Warm, vol humor, ondeugend, bijna uitdagend. Zo blijft hij bij me in de buurt.

We praten met elkaar op het Prinseneiland. Tijdens de viering van de zeventigste verjaardag van Friso Broeksma, 1 juli 2012. Precies twee maanden later, ook des zondags, sterft ze. Kees Keijer herdenkt haar, in Het Parool. Loes van der Horst, 1919 – 2012. Kunstenaar, textielkunstenaar. Helder, veelal monumentaal en ruimtelijk. Ook, vaak, in opdracht. Autonoom werk is en blijft present in de collecties van het Stedelijk en Kröller-Müller. Mooie vrouw, letterlijk en figuurlijk.


Foto: Marianna Dikker

Ze is, sinds heugenis, onze bovenbuurvrouw. Tien hoog in de Wolkenkrabber. Liselotte Löwenhardt-Hirsch. Ook voor ons Lilo, Aken, 12 december 1923 – Amsterdam, 25 oktober 2012.

Lilo. Lang maken we haar mee in gezelschap van Werner. Die is, ontegenzeggelijk, extraverter dan zij. Maar. Haar ogen, haar stem, haar glimlach spreken boekdelen. Ook al schrijft ze die nimmer. Ze heeft haar verleden goeddeels opgeborgen. Hetgeen ik me zeer wel kan voorstellen. Na het overlijden van Werner staat ze er niet alleen voor, zoals dat heet. Dochter Anita is de weldaad in persoon. Niettemin komt er een moment waarop Lilo verhuist, moet verhuizen. Naar Beth Shalom, in Buitenveldert. Alwaar ze liefdevol wordt verzorgd. Henny en ik gaan er een keer heen, maar dat is geen succes, helaas. Het is een totaal verschillende wereld. Kleiner, steeds kleiner, naar we begrijpen. In de aula van 'De Nieuwe Ooster' nemen we afscheid. Sober, doch indringend. Op donderdag 1 november, om 12:30.

We hopen het – samen met Anita. Dat Lilo meteen op een wolk is gaan zitten. En aldus opnieuw onze bovenbuurvrouw is. Eigenlijk weten we het wel zeker...

'Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?' Ja, dat kan ie. Joop Stokkermans (1937 - 2012). Pianist, componist. Oermuzikaal. Laat zich niet vastpinnen op klassiek. Werkt met evenveel plezier (misschien nog wel meer) voor de lichte muze en de reclame. Wie kent er niet: 'Liever Kips leverworst dan gewone leverworst!' of 'Venz, Venz, Venz'. Om maar te zwijgen van Ti-ta Tovenaar, Peppie en Kokkie en De bereboot. Al in 1974 krijgt hij een Gouden Harp. Daar hadden er nog wel twee achteraan gekund. Joop heb ik niet persoonlijk gekend. Maar ik zie hem wel voorbij komen. Hij behoort, ten tijde, tot het domein van Theo Strengers, collega bij Prad. En mede betrokken bij cliënt Douwe Egberts. Erik Voermans schrijft in Het Parool van 16 oktober 2012: 'Stokkermans was een geboren communicator en onstuitbaar in zijn enthousiasme. Wie hem hoorde spreken, met dat kenmerkende hoge stemgeluid, hoorde een jongen van vijftien die altijd vol plannen zat'. Ik geloof het graag.

Een reus. Zo wordt hij genoemd en dat is ie. Ook, zelfs, met één voet en zonder nieren. Jan Wolff, 21 september 1941 – 22 augustus 2012. Jeugdig hoornist (klassiek, modern, jazz, grote orkesten, kleinere gezelschappen. Waaronder het Nederlands Blazers Ensemble). Tovert in 1980 de IJsbreker om. Van verwaarloosd gebouw aan de Weesperzijde tot een bloeiende zaal voor eigentijdse muziek. Met een bijzonder café. Tien jaar later is die zaal te klein. Na een vat vol tegenwerking elders richt Wolff de steven (hij is een fervent schipper) naar het IJ. Dan nog vergeten en onaantrekkelijk. Daar verricht hij een wonder. Het Muziekgebouw aan 't IJ. Een vernuftige combinatie van een heerlijke concertzaal –ware schoonheid, prachtige akoestiek – het Bimhuis (jazz), een restaurant, kantoren en een majestueus uitzicht op stad en water. Bezuinigingen op ensembles, onvoldoende ruimte voor exploitatie en gemeentelijke onverschilligheid vormen zijn beloning. Uiteindelijk wordt hij zelfs gedwongen af te treden en mijdt hij zijn eigen gebouw. In een warm in memoriam in de Groene Amsterdammer schrijft Max Arian: 'Wat zullen we hem missen. Wat zal elke Amsterdammer die van zijn stad houdt hem missen'. Waarvan acte.

Ik prijs me gelukkig dat ik hem een aantal malen heb ontmoet. Inzake de naam van en de communicatie voor het Muziekgebouw. We worden het niet met elkaar eens, maar zulks doet niets af aan mijn diepe bewondering.