Nooit:   Almere   Mauritshuis   Go China   BC   Alexander   Ernst   Cobra   Pop Art   KIT  

Mauritshuis
Al sinds 1990 werk ik met en voor het Mauritshuis. Met groot genoegen. Vrijwel vanaf het begin is Frits Duparc directeur. Hij volgt op de voet wat ik doe, is kritisch, doch nooit lastig of vervelend. Een hoogst enkele keer ligt hij dwars en mag er iets niet. Zoals bij Frans van Mieris en de zogeheten Bordeelscène. Uit 1658-1659. Uit eigen bezit.

Het Mauritshuis houdt van 1 oktober '05 tot en met 22 januari '06 een tentoonstelling van werk van Frans van Mieris. Ik maak er advertenties en radiocommercials voor.

Het paneel figureert in de vierde advertentie. Eigenlijk een soort stripverhaal in de culturele kolommen van een aantal dagbladen. Ik ruim een plekje in voor de bezige honden en voorzie dat van de toepasselijke tekst: 'Goed voorbeeld doet goed volgen'.

Oeps. Nee dus. Te uitgesproken.

De tentoonstelling is een coproductie van Den Haag en Washington. De National Gallery of Art. Aldaar mag op geen enkele wijze aan de honden worden gerefereerd. Je mag er niet over schrijven, je mag er niet naar wijzen. Het liefst heeft men dat je er niet naar kijkt. Amerikaanse toestanden aan de Korte Vijverberg? De gedachte bekruipt me subiet en ik verzet me op voorhand. Tegen al dan niet vermeende preutsheid. De honden moeten blíjven!

Ik bedenk een andere zin en plaats het copuleren in kunsthistorisch daglicht. Daardoor krijgt het voorval meer nadruk dan tevoren.

De afloop? Eind goed, al goed.    >>

Zie ook de rubriek: werk>>

Rembrandt Zelf 1999
Van 25 september 1999 tot en met 9 januari 2000 zijn in het Mauritshuis ruim tachtig zelfportretten van Rembrandt te zien. Er wordt stevig campagne gevoerd. Zo spreekt Hans Croiset radiocommercials in en plaatsen we ruim tevoren tal van teasers in de dagbladen. Met als oogmerk onder meer: voorverkoop van kaartjes. Te midden van de veelheid aan uitingen, vaak met een luchtig karakter ('Rembrandt introduceert: de baret', 'Rembrandt is een kreeft') maak ik gewag van een verhaal. Over de meester en zijn leerlingen, in het atelier.

Mooi niet. Frits Duparc houdt de annonce tegen. Immers: de vertelling is een anekdote, is niet bewezen en is kunsthistorisch van nul en generlei waarde. Klopt, klopt, klopt.
Ik barst niet in snikken uit.    >>

Toen niet. Nu wel.
Mede ingegeven door Vermeer (bijna een half miljoen bezoekers) stel ik het Mauritshuis voor de marketing van de stilte te omarmen. Concreter gezegd: tegen een flink hogere toegangsprijs kunnen bezoekers echt in rust komen kijken, onder het genot van een drankje. En wellicht meer. Ik krijg geen gehoor. (Komt daar zelden voor, ten tijde.)

Nu, in 2015, brengt het Rijksmuseum dit principe wèl in gebruik. Bij Azië > Amsterdam. Kijken in alle stilte. Voorafgegaan door een lezing door experts. Twee avondlijke uren, à € 25-, pp.